Go to content Go to navigation Go to search

Dagmar Baumann

beeldend kunstenaar

Zien en Zijn

Ik ben schilder
Ik ben op zoek naar een beeld waarin het concrete materiaal (verf op doek), de beeldtaal (abstracte vormen) en de verbeelding (emotie, zeggingskracht) een verbintenis aangaan.
Vroeger isoleerde ik alledaagse dingen (citroenen, eenden, sperziebonen, wolken) uit hun context en schilderde ze op een manier dat ondanks de overduidelijke aanwezigheid van het onderwerp toch de magie van het beeld, die zich manifesteerde door compositie en kleurgebruik de boventoon voerde. In de zeeën die erop volgden was reeds de kwaststreek zelf thema van het schilderij. Diepte, emotie, materie, oppervlak en het meditatieve karakter van de handeling hielden elkaar in evenwicht.
Inmiddels is de kwaststreek uitgegroeid tot een eigen taal.
Ik schilder niet meer de zichtbare werkelijkheid, maar veeleer de resonantie van mijn waarneming die zich in het schilderij vertaalt naar een gebaar.
Laag voor laag bouw ik een schilderij op uit abstracte elementen: een schilderkunstig vocabulaire van kleurige slingers die aan mijn handschrift zijn ontleend.
Ik maak een beeld dat zonder tussenkomst van interpretaties en betekenissen ervaren kan worden. Ik wil de gelijktijdigheid van verschillende indrukken waaraan elke waarneming onderhevig is in beeld brengen. In een poging om ‘alles’ te omvatten is de houding van de schilder observerend. Door een beeld kan men zich waarnemingen eigen maken. Dit beeld zal altijd subjectief zijn.

Het werk ontstaat
Ik heb een klassiek uitgaanspunt. Ik grijp terug op mijn ervaring als schilder van wolken, wateroppervlaktes en landschappen in het algemeen. De vraag was daarbij: hoe zet ik wat ik zie over naar een schilderij, dus ik hield me in eerste instantie bezig met beeldopbouw, kleur, licht, transparantie en oppervlak in verhouding tot penseelvoering, verf en ondergrond. Daarbij leken mij de structuren die het gevolg zijn van mijn handschrift, ofwel de manier hoe ik het penseel gebruik de kern van het schilderij. Het zijn de vormelementen van mijn huidige werk. De bewegingen van mijn hand staan op zichzelf terwijl ze de zeggingskracht met zich mee dragen van de onderwerpen waar ze uit voort komen. Ontdaan van een specifieke lading of van een context kan ik zo de vanzelfsprekendheid vinden waar ik in het beeld naar op zoek ben.
Schilderen is vooral schilderen. De vorm ontstaat in dienst van het medium.
Mijn inspiratiebronnen vind ik binnen de schilderkunst. Schilders stellen zich altijd de vraag hoe te schilderen. Wat je ook gestalte wil geven, het komt voort uit het niets, de vorm moet uit worden gevonden: het witte doek is leeg.

Ik hanteer mijn slingers en vlekken in een dialoog tussen het doek en de hand. Het is een proces van observeren en besluiten nemen. Ik werk met een subjectiviteit die ik op een laag buiten de taal vind. In de ontwikkeling van mijn werk heeft de perceptie zich omgekeerd. De zichtbare werkelijkheid is niet langer een herkenbare bron. In plaats daarvan werpt het beeld licht op de waarneming. Het is een beeld dat aan de indruk en het begrip vooraf gaat. Ik schep een voorwaarde voor het zien doordat ik de ruimte aangeef waarin de blik zich beweegt. Het kunstwerk is een instrument voor de waarneming, één op één met degene die kijkt. Omdat het ontstaansproces volledig transparant blijft is het maken en het zien van het schilderij van dezelfde orde.

Schrift
In de recente schriftschilderijen doe ik op een haast tegenovergestelde manier iets vergelijkbaars. Het gebaar wordt hier daadwerkelijk schrift. Een schilderij als ‘Zwei Pferde’ of ‘Het is Zondag’ roept onmiddelijk een beeld op, dat volledig in de verbeelding van de kijker ontstaat. Ik laat het beeld als het ware aan de kijker over.
De betekenis is gereduceerd op een kern die zich met de kracht die de woorden eigen is inprent als ervaring, niet als interpretatie.
Omdat mijn werk een gebied buiten de taal aanspreekt ligt het voor mij voor de hand (immers: ik wil samenvatten, niet uitsluiten) om met taal te werken. Ik schrijf veelvuldig observaties op. Dat zijn schetsen. Achteraf reduceer ik de verhalen om de kern van de waarneming zo compakt mogelijk uit te drukken
Het gebaar is ook hier het samenvatten van een komplex gegeven in één teken.
De woorden en zinnen zijn subjectief betekenisvol. Ze werken als tekens voor een observatie.
Omdat deze nieuwe invalshoek tevens een nieuwe laag aan het bestaande werk toevoegt gebruik ik de tekstfragmenten recent ook als titels.

Intentie
Ik zoek naar een beeldtaal die over de waarneming als zodanig gaat.
Hoe kan ik me eigen maken wat ik zie? Wat kan IK met schilderen uitdrukken?
Het verband tussen de waarneming en de handeling van het schilderen wil ik zo direkt mogelijk naar voren brengen. Wat soms oogt als vrolijke overdaad is het product van het ontleden van het medium. Veelmeer dan om het bemiddelen van een betekenis gaat het mij om het ervaren van een fenomeen. De ervaring is primair. Zowel het maken als het zien is een fysieke gebeurtenis. Wat je ziet is wat het is. Het is aan onszelf om daaraan betekenis toe te kennen.

Dagmar Baumann. November 2006